AFRIKAANSE SFEREN
op een Afrikaans strand
met kokosnoten splijten
en een cocktail in de hand.
in Mombassa's bars
met gasten die vertellen
hoe het weer in Holland was.
met krabben en strandjutters
's ochtends in de golven spelen
's middags wat beschutters.
op een sloophouten veranda
en voor mijn versgeschoten eten
op strooptocht naar Uganda.
- met een blik op het verstand -
maar tegen Afrikaanse sferen
is de rede niet bestand.
ZOMER ZONDER ZOMERDAG
Geen schaduw op straat, geen zon in de lucht
Deed ik de heuvels van Lissabon aan
Waar gewoonlijk men in zomerhitte zucht.
Dat waar zij ook vluchten, waar zij ook gaan
De regen die thuis hen al zo had getucht
Komt zelfs in het zuiden nog achter ze aan.
HET UUR IJ
Het is feest in de stad.
Duizenden lallen dat
de schepen zo tall zijn.
Ze onderscheiden geen lijn
van een touw, en lozen
Russische matrozen
hun vocht op de stoep,
verderop staat een groep
studenten te kotsen.
Twee dure sloepen botsen.
Toeristen verbazen zich,
inwoners houden hun ramen dicht
om overlast tegen te gaan.
Iemand houdt een matroos aan:
'Matroos, what do you speak?'
en probeert meer specifiek:
'Speak you english maybe?'
schiet dan een buik aan die
er zeker Engels uitziet.
Wie normaal zijn hond uitliet
blijft binnen. Rond een handgemeen
wijkt de menigte uiteen
die opgewonden roept.
Een hoer zet haar klant op de stoep
die weigert te betalen.
Hij zou nog geld gaan halen,
struikelt, valt in de gracht
en gaat onder. Een zwaan tracht
te voorkomen dat zijn nest
beschadigd raakt. Er rest
de drenkeling niets dan
de linkerarm te grijpen van
de onbetaalde pooier.
Diens kop wordt nog rooier,
zijn rechterhand een vuist.
'Ik ben er ingeluisd,'
probeert de natte man nog,
maar de klap is hard en dof.
De aandacht van de straat
is alweer verplaatst -
het verveelde publiek
zoekt een nieuwe dynamiek -
een dronken zeeman botst,
niet wetend wat zo'n ding kost,
een Amsterdammertje plat:
waar-ie zat zit nu een gat.
De kapitein verleidt twee
jonge agenten hem geen
boete te geven voor 't feit
dat hij lam in zijn huurauto rijdt.
Hij is op weg naar zijn schip
dat ginds in de IJhaven ligt
en gereed moet gemaakt
voor de volgende vaart.
Hij ontnuchtert, gaat aan boord,
hervat zijn taken onverstoord:
werpt matrozen hun dweil,
beveelt het hijsen van het zeil
en vaart het Shellgebouw voorbij:
dat was het IJ.
CIENCIA Y CARIDAD / WETENSCHAP EN LIEFDADIGHEID